· 

Een adellijke kluizenares aan de Nahe

Het stroomgebied van de Nahe is een echt pareltje waar nog veel te ontdekken en te genieten valt. Een plek om tot rust te komen. Naast brede rivierdalen, vind je er snel stromende bergbeken bloeiende weiden, groene donkere bossen, steile wijnheuvels en ruige rotsformaties. Wat een veelzijdigheid en authenticiteit op nog geen half uur rijden van Bollenbach. 

Op deze plek schreef ik al over de wijndomeinen en over het bier van Kirn. Maar het contemplatieve aspect van de Nahe verdient ook aandacht.  Hildegard Von Bingen heeft in dit gebied jarenlang een klooster geleid. Meer over haar lees je in het blog ‘Sibille aan de Rijn’. Hildegard had echter een zeer bijzondere voorgangster en leermeesteres: Jutta von Sponheim. Dochter uit het adellijk geslacht van de Sponheims, die in de Middeleeuwen een groot  stempel gedrukt hebben op het Nahedal en de Hunsruck.

Jutta von Sponheim

Jutta werd in 1092 geboren in Burg Sponheim ten westen van Bad Kreuznach en was slechts zes jaar ouder dan haar latere beroemde leerlinge en opvolgster Hildegard von Bingen. De Sponheims en de Von Bingens stonden op vriendschappelijke voet met elkaar en het zou dus heel goed kunnen dat Jutta en Hildegard elkaar als kleine meisjes al gekend hebben. Toen Jutta drie jaar oud was stierf haar vader en werden zij en haar zusjes door hun moeder opgevoed en onderwezen. 

 

Een leven gewijd aan God

Op twaalfjarige leeftijd werd Jutta ernstig ziek en het zag er naar uit dat ze jong zou streven. Toen ze alsnog genas beloofde ze haar verdere leven te wijden aan God, dit tot groot verdriet van haar familie. Van aartsbisschop Ruthard uit Mainz kreeg ze ‘de sluier’ (symbool voor een maagdelijk bestaan)  en op twintigjarige leeftijd deed ze de intredingsgelofte in het klooster op de Disibodenberg. Hier woonde ze in het begin samen met Hildgard von Bingen en nog drie andere leerlingen in een cella, een soort kluis die tegen de kerk van het klooster was aangebouwd door de familie Sponheim.  

Van 1106 tot 1112 leefde de jonge Hildegard intensief samen met Jutta en de drie anderen. Jutta bracht de meisjes kennis bij van de Heilige Schrift, de werken van de Kerkvaders, lezen, schrijven en Latijn, zingen van het officie en kennis van de geneeskunst uit die tijd.
Ze ontdekte de bijzondere talenten van Hildgard von Bingen en haar religieuze gevoeligheid. Evenals Jutta had Hildegard goddelijke visioenen. In haar herkende Jutta een geestverwant en voor Hildegard werd Jutta meer dan een opvoedster en leermeester, ze werd een biechtmoeder die ze volledig kon vertrouwen.

Hildegard von Bingen  wordt voorgesteld aan Jutta von Sponheim
Hildegard von Bingen wordt voorgesteld aan Jutta von Sponheim

 

Ingemetseld

Jutta leidde een extreem ascetisch leven. Ze heeft zich uiteindelijk laten inmetselen in een kleine ruimte in de cella met slechts één venster dat uitkeek op het altaar van de kerk. Voor haar levensonderhoud was ze afhankelijk van giften. De roep die uitging van dit leven als maagd, opgesloten in een kluis, verbreidde zich snel buiten de muren van het klooster en Jutta had uiteindelijk een dagtaak aan het troosten en adviseren van mensen in nood.

 

Toen Jutta von Sponheim in 1136 op 44 jarige leeftijd overleed had ze Hildegard von Bingen als haar opvolgster van het nonnenkloostertje, de vrouwenkluis in Disiboden aangewezen. Von Bingen heeft uiteindelijk bijna veertig jaar doorgebracht in het klooster op de Disibodenberg.

Wonderen op het graf

Jutta von Sponheim was een voorbeeld voor Von Bingen, hoewel haar eigen leven veel minder ascetisch, je zou zelfs kunnen zeggen, wereldlijker was dan dat van haar voorgangster. Von Bingen heeft de biografie van Jutta geschreven en daarin vermeld ze onder meer dat na de dood van haar zo geliefde leermeesteres er talrijke wonderen plaats vonden op haar graf. 

 

 

Het klooster op de Disibodenberg

De Disibodenberg (drie kwartier rijden vanaf Bollenbach) ligt in het in het stroomgebeid van de Nahe en haar zijrivier de Glan,  tussen Staudernheim en Odernheim richting Bingen aan de Rijn.
Op het bergplateau in een romantisch aangelegd 19de eeuws park bevindt zich de ruïne van het voormalige klooster, grotendeels verwoest tijdens de opvolgingsoorlogen in de Palts (1688-1697).  Vanaf het einde van de 18e eeuw werd de resten van het klooster vooral gebruikt voor de opbouw van de omliggende dorpen. Omvangrijke archeologische opgravingen zijn pas een aantal jaar geleden  gestart. De ‘Scavias-stichting’ heeft er nu ook een museum bij ingericht.
Vanaf het bergplateau heb je een prachtig uitzicht over de beide rivierdalen.

Eikeboom

Er staat nog verbazend veel overeind van het oude klooster en de plek spreekt tot de verbeelding. De hoge buitenmuren zijn indrukwekkend. De vrouwenkluis is ook nog te aanschouwen, vlakbij een plek waar een ‘heilige eikeboom’ staat, een zogenaamde krachtplek. Het begin van het terrein is met de auto te bereiken. Daarna volgt een steile wandeling omhoog . Eenmaal boven kan je kiezen voor een rondwandeling over het terrein of een meditatiewandeling in het voetspoor van Hildgard von Bingen. De toegang tot het ruïne-terrein is niet gratis. Je moet een kaartje trekken uit een automaat (in de hoop dat hij het doet - of niet natuurlijk) . Meer informatie over prijzen en tijden vind je op de website van de Dissibodenberg. 

 

Magische plek

Voor de Kelten was de Disibodenberg al een heilige plaats en de Romeinen bouwden hier een tempel voor hun oppergod Jupiter. Het klooster werd aan het einde van de 7de eeuw gesticht door een Ierse monnik, Disibod. Volgens een legende had Disibod een openbaring. Hij moest een hut bouwen op de plek waar zijn wandelstaf groen werd zodra hij in de aarde gestoken werd.

De Ierse monnik Disibod

Disibod en zijn drie mede-monniken trekken al evangeliserend door Europa. De tijd verstrijkt, Disibod wordt steeds ouder en het teken van de groene staf blijft uit. Dan komt Disibod op de plek waar de Nahe en de Glan zich verenigen. De inmiddels grijs geworden priester knielt en begint te bidden. Zijn staf steekt hij naast zich in de grond en ja, het wonder geschiedt: de staf wordt groen. Als klap op de vuurpijl komt er een sneeuwwitte ree uit het bos op de plek waar een heldere bron in het groene gras klatert. Disibod staat op en roept: ‘Dit is een heilige plek, laat ons hier de hut bouwen!’

 

En uit die hut ontstaat later een klooster en uit dat kleine klooster ontstaat uiteindelijk een indrukwekkende abdij van de Augustijner monniken. De Aartsbisschop van Mainz ondersteunt de verschillende bouwwerkzaamheden aan het klooster, dat in 1098 wordt overgenomen door de Benedictijnen. In 1143 wordt de kruisvormige basiliek ingewijd waarvan restanten nog te zien zijn in het ruïnepark. De basiliek had het formaat van de dom uit Keulen. Hoe indrukwekkend wil je het hebben. 

Culturele en religieuze hotspot
 

Eeuwenlang was het klooster een culturele en religieuze hotspot in het stroomgebied van de Nahe. Denk alleen maar aan de invloed die uitging het ‘heilige leven’ van de kluizenares Jutta von Sponheim en de grote aantrekkingskracht die Hildegard von Bingen op haar omgeving (en veel verder) uitoefende. In de jaren vanaf 1247, toen het klooster geleid werd door de Cisterciënzer orde, kwam het echt tot grote bloei.

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0